Kosovo

Ligging Kosovo
Algemene landen informatie
ongeveer 1,65 miljoen inwoners    Taal: Albanees, Servisch Kroatisch
Telefoon toegangsnummer 00381  Munteenheid  Euro   BTW niet terugvorderbaar  
 Toegestaan alcohol percentage 0,5%  als u een voertuig bestuurd.  

De geschiedenis van Kosovo
Kosovo is ongeveer net zo groot als een derde van Nederland. Het aantal inwoners lag vůůr de oorlog tussen de 1,5 en 2 miljoen. Van hen was 90 % Albanees en 10 % Servisch. De Albanezen zijn overwegend moslim, de ServiŽrs orthodoxe christenen. Kosovo heeft veel grondstoffen als lood, zink, zilver, nikkel en steenkool, met name in Noord-Kosovo. Toch was de economische situatie zeer slecht: 70% van de Albanezen in Kosovo zat zonder werk. Overigens waren die cijfers voor de Servische bewoners van Kosovo nauwelijks beter. Het JoegoslaviŽ van Milosevic werd al lange tijd economisch en financieel geboycot door de westerse wereld en maakte een diepe economische crisis door.

Oude man in Celina overleefde moordpartij eind maart 1999 (fot GJ Rohmensen, RNW)
Kosovaar met het typische hoofddeksel

De slag op het Merelveld
In 1389 wonnen de Turken een veldslag op het Merelveld in Kosovo. De Turkse sultan Murad versloeg de Servische vorst Lazar. Vanaf die veldslag beheersten de Turken de Balkan. Ondanks hun nederlaag herdenken de ServiŽrs nog elk jaar de bijna heilige slag op het Merelveld. Zij zeggen: 'wij hebben de slag verloren, maar we hebben de Turken wel ernstig verzwakt. We hebben er toen voor gezorgd dat de Turken niet verder konden oprukken naar de rest van Europa.' De ServiŽrs vinden dat zij Europa hebben behoed voor een Turks-islamitische overheersing.
De Turken veroverden in 1389 het land van de Albanezen en dus ook Kosovo. In de loop van de negentiende eeuw verzwakte de Turkse heerschappij. ServiŽ wist zich in de loop van die eeuw onafhankelijk te maken. In 1912 verklaarde AlbaniŽ zich onafhankelijk. De grote Europese landen bemoeiden zich ermee en regelden hoe het verder moest. Zo ging dat in die tijd. AlbaniŽ werd als staat erkend, maar moest grondgebied afstaan. Kosovo en West-MacedoniŽ gingen naar ServiŽ en Chamria ging naar Griekenland.
Na de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) was Turkije een van de grote verliezers. ServiŽ werd vergroot met onder andere SloveniŽ, KroatiŽ en BosniŽ en er ontstond een nieuwe staat: JoegoslaviŽ. Die staat is in 1990 uit elkaar gevallen. Sindsdien zijn SloveniŽ, KroatiŽ en BosniŽ onafhankelijke staten geworden. ServiŽ wilde Kosovo hoe dan ook behouden.
Het is trouwens een beetje ingewikkeld met de naam ServiŽ. Samen met Montenegro vormt ServiŽ de staat JoegoslaviŽ, die ook wel Klein-JoegoslaviŽ wordt genoemd. Soms gebruiken de media de naam ServiŽ in plaats van (Klein) JoegoslaviŽ.

Een Groot-AlbaniŽ?
De Albanese meerderheid in Kosovo streeft al lang naar onafhankelijkheid. Er zijn twee belangrijke politieke groeperingen. De eerste, de LDK, staat onder leiding van Ibrahim Rugova. Deze Rugova riep in 1990 de onafhankelijkheid uit en kreeg bij verkiezingen van een schaduwregering in 1992 de meeste stemmen. Rugova is voor een vreedzame oplossing van het conflict met de Joegoslavische regering. Maar veel succes had hij niet. Integendeel, de onderdrukking door ServiŽrs in Kosovo werd juist erger.
Anderen in Kosovo hebben steeds alleen in een gewelddadige aanpak geloofd. Zij hebben zich verenigd in het UCK. Dit bevrijdingsleger is in een oorlog tegen de ServiŽrs begonnen 1997 met uit AlbaniŽ gesmokkelde wapens. In het begin had het UCK succes. Maar dat duurde niet lang. De ServiŽrs sloegen terug en begonnen vervolgens in Kosovo aan een etnische zuivering (het verjagen of vermoorden van Albanese Kosovaren). Dat heeft in de zomer en het najaar van 1998 geleid tot een stroom van vluchtelingen. Naar schatting 300.000 Albanese Kosovaren zijn toen de bossen in gevlucht. Zij leefden daar onder erbarmelijke omstandigheden. Omdat de angst bestond dat vele vluchtelingen de winter niet zouden overleven, zijn de westerse landen zich met het conflict in Kosovo gaan bemoeien.
Zowel LDK als UCK hebben steeds gestreefd naar autonomie, maar een zelfstandige staat voor de Kosovaren. Er werd (en wordt) voor de toekomst zelfs gedacht aan een vereniging van 'alle' Albanezen in ťťn Groot-AlbaniŽ. Dat zou moeten bestaan uit AlbaniŽ, Kosovo, West-MacedoniŽ en een deel van Noord-Griekenland. Internationale steun voor zo'n Groot-AlbaniŽ is er niet.

Overzicht van september 1998 tot september 1999
Het begon met dreigen. De NAVO zei tegen de Joegoslavische president Milosevic: 'Trek je troepen terug uit Kosovo, anders gaan we bombarderen.' Toen, in oktober 1998 ging Milosevic op de knieŽn voor de dreigementen. Er kwam een akkoord. Door dit akkoord te ondertekenen beloofde Milosevic zijn troepen uit Kosovo terug te trekken. Hij moest toestaan dat de vluchtelingen terugkeerden naar hun huizen. En hij moest 2000 internationale waarnemers in Kosovo toelaten, die zouden controleren of alle afspraken wel werden nagekomen.

Diplomatieke missies
Veel mensen waren toen al bang dat het conflict hiermee niet uit de wereld zou zijn. En dat was ook zo. Een paar maanden bleef het rustig, maar in januari 1999 ging het weer mis. De Servische troepen keerden massaal terug en de strijd met het UCK werd hervat. Nieuwe gruweldaden lieten niet lang op zich wachten. Al gauw werd weer een massagraf gevonden en zelfs de waarnemers waren hun leven niet langer zeker. De NAVO dreigde opnieuw met bombardementen.
Koortsachtig werd nog geprobeerd een oorlog te voorkomen door diplomatieke missies naar Milosevic te sturen en door in het Franse Rambouillet onderhandelingen te openen over een vredesregeling voor Kosovo. Maar tot op het laatste moment weigerden de ServiŽrs het vredesakkoord te ondertekenen, ook al had het Kosovo Bevrijdingsleger UCK dit wel gedaan. De NAVO wilde een vredesmacht in Kosovo legeren om de twee partijen uit elkaar te houden. Maar de ServiŽrs weigerden buitenlandse soldaten in Kosovo toe te laten. Zij wilden zelf in Kosovo de baas blijven.

Bommen op JoegoslaviŽ
Ja, en toen was het zover. De NAVO had nu zo vaak met bombardementen gedreigd dat ze er niet langer onderuit kon. Anders zou het bondgenootschap niet langer geloofwaardig zijn. Waarschijnlijk had Milosevic erop gerekend dat de NAVO het als puntje bij paaltje kwam toch niet zou bombarderen. Begrijpelijk, want de verschillende landen van de NAVO waren het onderling nogal oneens geweest. Maar die verdeeldheid verdween uiteindelijk door de halsstarrigheid van Milosevic. De NAVO wilde zich niet langer voor gek laten zetten. Zelfs de felle protesten van Rusland en China tegen de bombardementen werden door de NAVO genegeerd. Op 24 maart 1999 gingen de eerste bommenwerpers de lucht in.
De eerste paar dagen van de bombardementen werden alleen hoogvliegende toestellen en kruisraketten ingezet voor precisiebombardementen. De NAVO had gezegd dat ze eerst de luchtverdediging en het hele Servische militaire apparaat wilde vernietigen voordat verdere acties in aanmerking kwamen. Grondtroepen sturen was uitgesloten.

Etnische zuivering in Kosovo
Tot grote verbazing en frustratie van de NAVO gaf Milosevic er na een paar dagen niet de brui aan. Integendeel, de Servische bevolking werd verder opgejuind. Zelfs jongens van 12/13 jaar liepen mee in demonstraties tegen de agressie van de NAVO en ketenden zich vast aan bruggen om op die manier te voorkomen dat de NAVO daar zou bombarderen. Intussen begonnen de Servische troepen in Kosovo met een ongekend bruut optreden tegen de Albanese burgerbevolking. Langzaam werd voor het televisieoog van de hele wereld duidelijk wat Milosevic' strategie was: een totale etnische zuivering van Kosovo.
Door alle Albanezen uit Kosovo te verdrijven naar de buurlanden en hun huizen te verbranden kon Milosevic meerdere vliegen in een klap slaan. Hij zadelde de NAVO-landen en de buurlanden (AlbaniŽ, MacedoniŽ, Montenegro) zo op met een gigantisch vluchtelingenprobleem. Bovendien raakte het Kosovo Bevrijdingsleger zijn thuisbasis kwijt.

Platgebombardeerd Servisch hoofdkwartier Militaire politie Pristina (foto Gert Jan Rohmensen, RNW 1999) Verwoest restaurant (foto Gert Jan Rohmensen, RNW 1999)
enorme verwoestingen in Pristina                                                          en Djakova

Toch grondtroepen?
Na twee weken bombardementen en stromen vluchtelingen gaf de NAVO schoorvoetend toe dat de luchtacties tot dan toe niet het gewenste effect hadden gehad. Dat werd voornamelijk geweten aan het slechte weer. Door het dichte wolkendek konden er veel minder precieze bombardementen worden uitgevoerd dan het plan was. Bovendien had de NAVO inmiddels een Amerikaanse jachtbommenwerper verloren en waren er drie Amerikaanse soldaten door de ServiŽrs krijgsgevangen gemaakt.
Toch was er aardig wat schade aangericht. Uit JoegoslaviŽ kwamen de eerste berichten dat het leger te kampen kreeg met brandstof- en munitietekorten. Maar talloze militaire deskundigen waren het over ťťn ding eens: de oorlog zou door de NAVO alleen definitief gewonnen kunnen worden als er grondtroepen ingezet werden.

Opklaringen
Na enige tijd begon de oorlog zich gunstiger voor de NAVO te ontwikkelen. Het weer speelde daarbij een belangrijke rol. De lucht boven de Balkan was vele weken zeer bewolkt geweest en dat maakte precies bombarderen vrijwel onmogelijk. Maar het werd helder en daardoor konden er veel meer vliegmissies worden uitgevoerd en veel preciezer worden gebombardeerd. Regeringsgebouwen in het hart van Belgrado werden getroffen en de bruggen en spoorlijnen van de belangrijkste aanvoerroutes werden uit de weg geruimd. De verbeterde weersomstandigheden maakten ook de inzet mogelijk van Britse Harrier-vliegtuigen en Amerikaanse Apachehelikopters, die gespecialiseerd zijn in het van nabij uitschakelen van pantsereenheden en grondtroepen. En daarmee waren voor het eerst de Servische troepen in Kosovo doelwit geworden.
Milosevic werd gedwongen zijn toevlucht te nemen tot een andere tactiek. Hij kondigde eerst nog een eenzijdige wapenstilstand aan en bood de NAVO aan de onderhandelingen te heropenen. Maar de NAVO rook nu bloed en eiste dat Milosevic onvoorwaardelijk akkoord zou gaan met alle eisen die al eerder als ultimatum waren gesteld, en voerde de bombardementen nog verder op. Men zei dat het verleden geleerd had dat Milosevic niet te vertrouwen was en dat men dus nu niet kon uitgaan van zijn goede wil bij verdere onderhandelingen. Vervolgens sloten de ServiŽrs plotseling de grenzen tussen Kosovo en de buurlanden MacedoniŽ en AlbaniŽ en werden de vluchtelingen die nog voor die grenzen stonden teruggestuurd Kosovo in. Die Albanezen konden namelijk mooi door de Servische troepen gebruikt worden als menselijk schild tegen luchtaanvallen. En als de NAVO inderdaad zou overgaan tot grondacties, dan zouden de vluchtelingen ook tegen de aanvalsstroom kunnen worden ingejaagd om een snelle opmars te verhinderen
.

 

Brandend huis van zigeunerfamilie in Pristina (foto: gert Jan Rohmensen, RNW)  Gat in brug op weg naar Pec (foto: GJ Rohmensen, RNW) Gat in brug in de buurt van Pec door NAVO-bombadementen (foto: GJ Rohmensen, RNW)
brandende huizen in Pristina                       een gebombardeerde brug                              oeps

Een vredesverdrag
De NAVO hield echter zijn poot stijf en uiteindelijk, na 79 dagen van bombardementen, is het doel bereikt. JoegoslaviŽ aanvaardde een vredesplan. Daarin stonden de volgende punten:
Het Servische leger staakt alle geweld en onderdrukking in Kosovo en trekt zich terug uit deze provincie.
Een internationale vredesmacht wordt gestationeerd in Kosovo om de vrede te waarborgen. Hierin doen NAVO-landen mee, maar ook Russische eenheden; alles onder VN-vlag.
De Albanese vluchtelingen keren terug naar Kosovo.
In Kosovo wordt een voorlopig bestuur ingesteld dat de Kosovaren intern zelfbestuur garandeert.
Een deel van de Joegoslavische troepen mag later naar Kosovo terugkeren om mijnen te ruimen, het Servische erfgoed te bewaken en grensposten te bemannen. - Er komt een politiek proces op gang voor de verwezenlijking van autonomie op basis van het akkoord van Rambouillet.
Het Kosovo Bevrijdingsleger U«K wordt ontwapend.

Platgebrande straat  in oude wijk Djakovica (foto GJ Rohmensen, RNW) Tent in Vermic (foto: RNW)
totaal verwoeste centrum van Djakova                              tijdelijk wonen in een UNHCR tent

Blijdschap en twijfel
Er was blijdschap, maar ook twijfel. Zou Milosevic zich deze keer wel aan de afspraken houden? Konden de Albanezen inderdaad veilig terugkeren? Welke gevaren zouden de vredesmacht te wachten staan? Hoe lang zou deze situatie kunnen voortduren en zou het wel ooit mogelijk zijn vrede te behouden zonder de aanwezigheid van de Internationale troepenmacht? Ook was er veel gedoe over de rol van de Russische troepen. De Russen eisten ook een bezettingszone in Kosovo, om te controleren. Maar de Russen hadden er al die tijd geen geheim van gemaakt Milosevic te willen steunen, en m.n. de Albanezen geloofden er niet in dat de Russen zich aan het akkoord zouden houden.
Inmiddels zijn overal in Kosovo vredestroepen gestationeerd. Maar deze hebben vaak niet kunnen voorkomen dat er nu een Servische vluchtelingenstroom uit Kosovo op gang is gekomen. Ook zijn er op veel plaatsen moorden gepleegd op Servische burgers, door de teruggekeerde UCK-troepen. Het UCK heeft onmiddellijk sleutelposities in Kosovo ingenomen, en het kost de Kfor-vredesmacht vaak moeite om hen te dwingen hun wapens in te leveren en zich aan de afspraken in het akkoord te houden.
Vele duizenden Albanese vluchtelingen zijn intussen teruggekeerd naar Kosovo. Hun haatgevoelens ten opzichte van ServiŽrs zijn heel hevig. Het is dan ook erg de vraag of het binnen afzienbare tijd werkelijk vrede in Kosovo zal kunnen zijn

Dorpje met UCK graffiti  op de weg van Prizren naar Pristina (foto Gert Jan Rohmensen, RNW 1999)  Dorpsplein Orahovac (foto Gert Jan Rohmensen, RNW 1999) Verwoesting  (foto Gert Jan Rohmensen, RNW 1999)
logo van het bevrijdingsleger UCK                     Minaret bewaakt door een KFOR tank                         verwoeste huizen in Mitrovica

Vrijwel direct na de beŽindiging van de oorlog is VIDOTRANS-HTG voor de stichting Hoop voor AlbaniŽ onderweg naar Kosovo, naast de normale noodhulpverlening in de vorm van voeding, kleding, bedden en andere primaire levensbehoeften word al snel gestart met een shelterhome project in de stad Peja (Pec). Totaal zijn er 500 shelter homes naar Kosovo gebracht en met behulp van de Schotse dominee (en ďbouwvakkerĒ) Allister Barr opgebouwd.

 

 

Voor de Amerikaanss organisaties World Vision en Samaritans Purse  zijn na de oorlog 20 legertrucks ingevoerd in Kosovo. Deze werden ingezet voor de distributie van hout, bestemd voor de reparatie van beschadigde Kosovaarse woningen.

 

Op dit moment zijn er nog maar weinig kleine NGOīs actief in Kosovo, een groot gedeelte van de hulpverlening gebeurt op een ander niveau waarbij met name enkele grote NGO en de UNHCR nog actief zijn.
Wilt u toch hulpgoederen invoeren dan is er in ieder geval een vergunning nodig van het UNHCR hoofdkwartier in Pristina, ook dient de ontvanger een geregistreerde humanitaire organisatie te zijn, registratie kan bij de UNHCR in Pristina.

Import en douane regels voor hulpgoederen
Wat kan absoluut NIET !!:

1.         Geen vlees en vleeshoudende producten
2.         Geen
zuivel en melkhoudende producten
3.         Geen vis en vishoudende producten
4.         Geen
voeding waarbij bij de houdbaarheid een vraagteken kan worden gezet, bijv. 03-08 kan niet meer  vervoerd worden in augustus 2003. In het algemeen kan gesteld worden dat voeding nog minstens 6 maanden na import houdbaar moet zijn.
5.         Geen
2de hands koelkasten/vrieskisten dit i.v.m. de zeer strenge wetten op het vervoer en de uitvoer van afvalstoffen in samenhang met de CFK regels in Nederland en de Europese unie.

Wat kan maar met de volgende verklaringen:

Aardappelen (consumptie en poot), Rijst, Zaaigoed en melkpoeder mits voorzien van een NAK kwaliteitscertificaat en een Phyto Sanitair certificaat en een rassenlijst met resistentieverklaringen van de PD Ė Planten Ziekten kundige dienst uit Nederland.

Verder kan bijna alles zonder problemen worden ingevoerd onder de volgende hoofdvoorwaarde:
Het criterium is dat de goederen onder geen enkele voorwaarde gebruikt mogen worden voor commerciŽle projecten of anderszins tot winst of verrijking mogen lijden

Uw ontvanger moet zelf de inklaring verzorgen:
Een service zoals Fundatia Martha in RoemeniŽ is in Kosovo niet mogelijk maar uw ontvanger moet zelf de inklaring verzorgen, u moet er rekening mee houden dat uw ontvanger zelf importvergunningen zorgt:
Het complete set documenten moet van te voren naar uw ontvanger gefaxt worden, zij kunnen dan reeds van te voren veel douane formaliteiten regelen bij de UNHCR in Pristina, verder regelen zij bij aankomst de volgende zaken:
1.         Bij een locale douane expediteur wordt de inklaring verzorgt.
2.         Bij de locale douane wordt de inklaring afgehandeld.

Heeft u belangstelling voor een transport of wilt u andere informatie ?
Vul voor een vrijblijvende offerte  ons Informatieformulier in!

Wij hopen dat we met een transport van uw hulpgoederen op een positieve manier een bijdrage kunnen leveren aan uw hulpverlening in Kosovo